Vernauwde luchtwegen

KLC

Oorzaken, onderzoek en behandeling

Smalle luchtweg

Sommige kinderen worden geboren met een te smalle luchtweg. Dit kan komen door een probleem in de luchtweg zelf, zoals een slappe luchtpijp. Dit heet een malacie. Bij laryngomalacie is het kraakbeen boven de stembanden (het strottenhoofd) te slap. Bij tracheomalacie is het kraakbeen van de luchtpijp te slap. De klachten beginnen meestal in de eerste weken na de geboorte. Vaak worden ze rond de 6 maanden iets erger, maar daarna gaat het beter. Meestal groeit een kind er voor de eerste of tweede verjaardag overheen, omdat het kraakbeen dan steviger wordt. Een smalle luchtweg kan ook komen door druk van buitenaf, zoals bij een vaatring. Een vaatring is een groepje bloedvaten dat te strak om de luchtpijp en/of slokdarm zit. Dit zorgt voor problemen met ademhalen en moeite met slikken. Hierdoor groeien kinderen soms minder goed. Slijm blijft makkelijk achter in een nauwe luchtweg. Het kind kan daardoor sneller een longontsteking of bronchitis krijgen.

De aanpak

Bij een slappe luchtweg zonder problemen, is uitleg en advies voldoende. Bij complicaties, zoals problemen met ademhalen, moeite met slikken en groeiachterstand volgt verder onderzoek en overleg of verwijzing naar een kinderlongarts of KNO arts plaats. De behandeling zal afhangen van de oorzaak en de ernst van de smalle luchtweg.

Vragen of meer weten?

Wil je meer weten over hoe wij helpen? Ga dan naar de pagina Behandelingen.