Medicijnen

Astma
Allergie
Luchtweginfecties
Afweerstoornis
Luchtwegmalacie
Luchtweginfecties
Astma

Behandeling met medicijnen bij astma

Bij astma zijn de luchtwegen (de buisjes in de longen) ontstoken. Als de longen in contact komen met een prikkel, zoals rook, koude lucht of huisstofmijt, reageren ze heftig. De spiertjes rondom de luchtwegen knijpen dan dicht, de binnenkant zwelt op en er ontstaat extra taai slijm. Hierdoor worden de ademhalingsbuisjes erg smal, wat zorgt voor benauwdheid en een piepende ademhaling. Voor het behandelen van astma zijn er 2 belangrijke groepen medicijnen: luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. 

Meestal gebruik je deze medicijnen met een pufje (inhalator). Er zijn verschillende soorten inhalatoren: dosisaerosol of verstuiver genoemd en poeder inhalatoren. Om een inhalator beter of makkelijker in te ademen, kan een voorzetkamer gebruikt worden. Dit is een buis, waar je de inhalator in spuit. Je kan dan rustig meerdere keren via de buis inademen. 

Voor meer informatie kijk op de website: www.inhalatorgebruik.nl.

En de folders (Uitleg over gebruik van de voorzetkamer Aerochamber® van apotheek Louwesweg en Inhalatoren gebruik dosisaerosol met voorzetkamer)

Uitleg over medicijnen bij astma en de griepprik.

Luchtwegverwijders: Deze maken de spieren rond de luchtwegen losser, zodat er weer meer lucht doorheen kan. Ze hebben een snelle werking en helpen in geval van acute benauwdheid (zoals bij een infectie of een allergie) of bij benauwdheid door inspanning. 

Er zijn verschillende luchtwegbeschermers: 

Kortwerkende luchtwegverwijders werken binnen enkele minuten en de werking houdt 4 tot 6 uur aan. Ze zijn bedoeld om een acute aanval van benauwdheid te stoppen. Het meest gebruikte medicijn is salbutamol. Langwerkende luchtwegverwijders werken pas na ongeveer een kwartier en de werking houdt ongeveer een halve dag aan. Ze worden gebruikt als je regelmatig last hebt van astma-aanvallen, om een aanval van benauwdheid te voorkomen. Voorbeelden zijn formoterol en salmeterol.

Ontstekingsremmers: Deze zorgen ervoor dat de ontstekingen in de longen minder worden, waardoor ze minder gevoelig zijn voor prikkels, zoals rook of kou. Je moet deze medicijnen elke dag gebruiken, ook als je je goed voelt. Het duurt een paar dagen tot weken voordat je longen echt goed beschermd zijn. Om benauwdheid te voorkomen worden deze beschermers voor een lange tijd gebruikt.

Bijnierschorshormonen, ook wel corticosteroïden genoemd kunnen via een inhalator of tablet worden ingenomen. Voorbeelden van inhalator ontstekingsremmers zijn: beclometason, budesonide, fluticason en mometason. Soms krijg je ontstekingsremmers in tabletvorm, in de vorm van een stootkuur. Dit is een behandeling van enkele dagen tot twee weken bij een tijdelijke verergering van de astma. Een voorbeeld hiervan is prednisolon

Leukotriëenantagonisten zijn ontstekingsremmers die bij sommige kinderen kunnen helpen de astma beter te behandelen, zoals montelukast.

De griepprik

Het griepvirus (influenza) is anders dan een gewoon verkoudheidsvirus. Griep kan de binnenkant van de luchtwegen beschadigen. Hierdoor heeft een kind met griep meer kans om ook nog een longontsteking door bacteriën te krijgen. Het is niet helemaal zeker hoe goed de griepprik helpt bij kinderen met astma. De prik zorgt er niet voor dat je minder vaak of minder zware astma-aanvallen krijgt door de griep. Ook de longfunctie wordt er niet beter van. Kinderen die de prik hebben gehad, hebben wel vaak minder last van algemene griepklachten in de weken dat het griepvirus rondgaat.

De griepprik is in ieder geval veilig voor kinderen met astma. De prik zorgt niet voor extra bijwerkingen en veroorzaakt geen astma-aanvallen. 

Kinderen mogen de griepprik krijgen vanaf de leeftijd van 6 maanden. Kinderen jonger dan 6 jaar hebben de eerste keer 2 prikken nodig om goed beschermd te zijn. Tussen de eerste en de tweede prik zit 4 weken tijd. De tweede prik is niet nodig als jouw kind in de afgelopen 2 jaar al eens compleet is gevaccineerd tegen het griepvirus.

Allergie

Behandeling met medicijnen bij allergie

Een luchtwegallergie bij kinderen betekent dat de longen en neus te heftig reageren op stoffen in de lucht, zoals de haren van huisdieren, huisstofmijt of stuifmeel van bomen en grassen. Als een kind met zo’n stof in contact komt, denkt het lichaam onterecht dat er gevaar is. De binnenkant van de neus en de luchtwegen zwelt dan op en maakt extra slijm aan. Dit gebeurt vaak door uit de omgeving.
Er zijn medicijnen om de allergische klachten te verlichten en te voorkomen.

Antihistaminica: Een groep medicijnen die verlichting biedt bij hooikoortsklachten zoals niezen, hoesten of het hebben van een loopneus. Je kunt ze innemen (capsules, tabletten, kauwtabletten, vloeistof of siroop) of toedienen in je neus (spray) of ogen (druppels). Bij de meeste antihistaminica duurt het ongeveer 30 minuten voor ze werken. Voorbeelden zijn desloratidine, levocetirizine.
Leukotriëenantagonisten: Deze medicijnen blokkeren de werking van stofjes in het lichaam die astma- en allergische rhinitis klachten (hooikoorts) veroorzaken. Montelukast is een voorbeeld van een leukotriëenantagonist.
Ontstekingsremmers: bij een verstopte neus kan een neusspray met een ontstekingsremmer de zwelling verminderen, bijvoorbeeld fluticason, mometasonfuroaat.
Mestcelstabilisatoren: Deze medicijnen zorgen ervoor dat cellen (de mestcellen), die reageren als je in aanraking komt met een allergie trigger, minder van een bepaald stofje maken. Dit vermindert de allergische reactie. Ze worden meestal gebruikt als neusspray of oogdruppels. Een voorbeeld is cromoglicinezuur.

Immunotherapie

Dit is een behandeling waarbij het immuunsysteem opnieuw getraind wordt. Door steeds kleine beetjes te geven van de allergie trigger (het stofje waar je op reageert) kan het lichaam leren dat het geen vijand is. Dan hoeft het lichaam er ook niet meer allergisch op te reageren. Immunotherapie is er in twee vormen: als tabletten die snel onder de tong oplossen en als injecties onder de huid.
Voor deze behandeling verwijzen we zo nodig naar een (kinderarts-) allergoloog.

Luchtweginfecties

Behandeling met medicijnen bij luchtweginfecties

Kinderen zijn vaak verkouden. Vooral jonge kinderen kunnen meerdere luchtweginfecties per jaar krijgen, dat is normaal. Meestal komt het door een virus dat de neus en keel laat opzwellen en extra slijm maakt. Daardoor gaan kinderen hoesten, niezen of krijgen ze keelpijn. Soms zit de infectie dieper in de longen. Dan kan een kind meer gaan hoesten, benauwd worden of koorts krijgen.

Als een kind heel vaak ziek is, klachten lang blijven of het steeds terugkomt, kan de huisarts of specialist het kind naar ons centrum verwijzen voor verder onderzoek en behandeling. De behandeling van recidiverende (steeds terugkerende) luchtweginfecties bij kinderen richt zich op het wegnemen van de oorzaak en het bestrijden van symptomen. 

Bij terugkerende infecties van de neus, keel en oren kunnen kinderen vaak verkouden zijn of keel- en oorontstekingen hebben. Meestal komt dit door virussen, soms door bacteriën of vergrote neusamandelen. Bij de behandeling van virusinfecties is uitzieken met rust, drinken, frisse lucht en een zoutwaterspray of neusspoeling de aanpak. Antibiotica bij bacteriële infecties wordt alleen gebruikt bij duidelijke bacteriële klachten zoals loopoor of ernstige keelontsteking. Veelgebruikte antibiotica en de reden van keuze zijn:

Amoxicilline, dat goed werkt tegen de meest voorkomende bacteriën in keel en oor.

Amoxicilline-clavulaanzuur, gekozen als de infectie hardnekkig is of als de bacterie ongevoelig lijkt voor gewone amoxicilline

Azitromycine, dat gebruikt wordt bij kinderen met een penicilline-allergie. 

Daarnaast kunnen oordruppels bij een loopoor worden gebruikt, met als reden van keuze dat dit direct op de plek van de infectie werkt en minder bijwerkingen geeft. 

Dit medicijn zorgt ervoor dat de zwelling in de keel minder wordt. Het medicijn begint na 30 tot 60 minuten te werken. Het blijft daarna nog 1,5 tot 3 dagen actief in het lichaam.

Bij terugkerende infecties van de bronchiën en longen hebben kinderen terugkerende hoestbuien, piepen of longontstekingen. Soms speelt astma, allergie of een anatomisch probleem een rol. Bij de behandeling hiervan gaan virale infecties meestal vanzelf over. Antibiotica bij bacteriële infecties wordt bijvoorbeeld ingezet bij een longontsteking of bacteriële bronchitis. 

PBB – protracted bacterial bronchitis is een langdurige bacteriële ontsteking van de onderste luchtwegen (bronchiën). Kinderen hoesten meer dan 4 weken, vaak met slijm, maar zonder hoge koorts.

Bij de behandeling hiervan wordt gekozen voor een langere antibioticakuur van meestal 2 tot 4 weken. Amoxicilline-clavulaanzuur is hierbij de eerste keuze, omdat het goed werkt tegen bacteriën die diep in de luchtwegen zitten. Azitromycine wordt gekozen bij een allergie of bij terugkerende PBB omdat het ook ontstekingsremmend werkt. 

Vaccinaties zoals de griepprik en inhaalvaccinaties kunnen infecties verminderen.

Afweerstoornis

Behandeling met medicijnen bij een afweerstoornis

Bij een afweerstoornis werkt het immuunsysteem minder goed. Dit is zeldzaam, maar kan leiden tot steeds terugkerende infecties.

Bij de behandeling hiervan worden soms antibiotica gebruikt om infecties te voorkomen. Dat zijn profylactische antibiotica, waarbij een kind dagelijkse een lage dosis van het antibioticum krijgt. Veelgebruikte middelen zijn: Cotrimoxazol, gekozen bij specifieke afweerproblemen omdat het breed werkt tegen verschillende bacteriën en Azitromycine, wat ontstekingsremmend werkt en beschermt tegen veel bacteriën.

Ook kan er worden onderzocht of er een goede reactie is op de vaccinaties door te kijken naar voldoende antistoffen, waarna de vaccinatie eventueel herhaald of uitgebreid kan worden.

In sommige gevallen kunnen extra afweerstoffen (immuunglobulines) gegeven worden via een infuus of injectie. Voor deze behandeling verwijzen we naar een (kinderarts-) immunoloog in een ziekenhuis.

Luchtwegmalacie

Behandeling met medicijnen bij luchtwegmalacie

Bij luchtwegmalacie is de luchtpijp te slap, waardoor deze tijdens het ademen te smal wordt en uw kind last krijgt van hoesten, benauwdheid of een piepende ademhaling. Kinderen met luchtwegmalacie worden sneller verkouden en hebben vaker last van ontstekingen aan de luchtwegen. Ook duurt het herstel vaak langer. De behandeling is vooral bedoeld om de klachten te verminderen terwijl het kind groeit. 

Er zijn verschillende mogelijke behandelingen:

Medicijnen om ontstekingen te voorkomen (beschermende antibiotica). De aanpak is vergelijkbaar met die bij kinderen met terugkerende luchtweginfecties. 

Goed om te weten: Normale medicijnen tegen astma (zoals Ventolin of Salbutamol) helpen niet tegen luchtwegmalacie.

Inademen van zout water (vernevelen). Vernevelen is het inademen van een heel fijne nevel (een soort waterdamp). Dit gebeurt via een speciaal apparaat met een mondstuk of een masker. In het apparaat zit water met een klein beetje zout erin. Het zoute water zorgt ervoor dat het taaie slijm dunner en vloeibaarder wordt. Doordat het slijm dunner is, kan het kind het veel gemakkelijker ophoesten. Zodra het slijm weg is, krijgt het kind weer meer ruimte om vrij te ademen.

Vragen of meer weten?

We helpen graag. Neem gerust contact met ons op.